Verslag kennisbijeenkomst ESF+ sectoren 11 maart 2025
Sectoren 17-03-2025, laatst bijgewerkt op 17-03-2025 15:37Agenda
- Introductie nieuw tijdvak ESF+ sectoren;
- Terugkoppeling procesevaluatie eerste tijdvak ESF+ Sectoren (2021-2027);
- Delen van ervaringen (Sjoerd Zijlstra, SOL);
- Vraag en antwoord sessie.
Introductie nieuw tijdvak ESF+ sectoren
Het tweede aanvraagtijdvak van de ESF+ sectorenregeling wordt minimaal een jaar opengesteld, zodat aanvragers meer tijd krijgen voor een goede voorbereiding. De projectperiode blijft twee jaar, met een budget van 70 miljoen euro en een maximale subsidie van 2,5 miljoen euro per aanvrager. De openstelling wordt halverwege 2025 verwacht.
Wat kunnen we verwachten in het tweede tijdvak:
- Aanvragers blijven hetzelfde als in het eerste tijdvak:
O&O fondsen;
Samenwerkingsverbanden waarin sociale partners zijn betrokken;
Regionale samenwerkingsverbanden zijn mogelijk. - Financiering:
EU-financiering (ESF-subsidie): 40% van de totale projectkosten
Eigen cofinanciering: 60% - Doelgroep bepaling
Brede doelgroep bepaling in artikel 4 van de regeling;
Het is een of-bepaling: deelnemers hoeven slechts aan één criterium te voldoen;
Onderscheid tussen werkzoekenden en werkenden is losgelaten;
Zowel werkenden als werkzoekenden kunnen deelnemen, mits ze tot de kwetsbare doelgroep behoren; - Aandachtspunten en veranderingen
Hoewel de regeling inhoudelijk grotendeels hetzelfde blijft, zijn er enkele belangrijke veranderingen:- Langere openstellingsperiode – In plaats van een kort aanvraagmoment wordt het tweede tijdvak minimaal een jaar opengesteld
- Verruiming voorschotmogelijkheden – Er wordt onderzocht of het mogelijk is om voorschotten flexibeler te maken, zodat aanvragers eerder financiële middelen ontvangen.
- Stimuleren kleinere aanvragers – Er wordt gekeken naar manieren om kleinere en minder bekende organisaties te ondersteunen bij hun aanvraag.
- Overgangsbepaling bij overlappende projecten – Om budget optimaal te benutten, wordt gewerkt aan een regeling die overlap tussen het eerste en tweede tijdvak mogelijk maakt.
Terugkoppeling procesevaluatie eerste tijdvak ESF+ Sectoren (2021-2027)
De procesevaluatie, uitgevoerd door Bureau Bartels in opdracht van UVB, had als doel de voorbereiding en uitvoering van het eerste tijdvak van ESF+ sectoren te onderzoeken. De evaluatie richtte zich op tussentijdse resultaten en leerpunten. Het volledige rapport is beschikbaar via UVB en het Kennisplatform Werk en Inkomen.
Onderzoeksmethodologie
Bureau Bartels gebruikte meerdere methoden, waaronder deskresearch, interviews met betrokkenen (zoals SZW-medewerkers, aanvragers en niet-aanvragers) en een toekomstsessie om voorlopige bevindingen te toetsen.
Resultaten eerste openstelling
- Budget: €70 miljoen beschikbaar, maar slechts €35,3 miljoen toegekend (onderbenutting).
- Aanvragen: 24 gehonoreerde aanvragen.
- Looptijd: Van 2 oktober tot 2 februari, later verlengd tot mei 2024.
Analyse onderbenutting budget
Drie hoofdoorzaken:
1. Beperkte personele capaciteit bij O&O-fondsen, vooral kleinere.
2. Strenge verantwoordingseisen (complexiteit, administratieve last, angst voor terugbetaling).
3. Onvoldoende voorbereidingstijd voor samenwerkingsverbanden.
Onbekendheid met de regeling en concurrentie met andere subsidies speelden geen grote rol.
Waardering regeling
Positief: Brede doelgroep en type subsidiabele activiteiten, informatievoorziening door UVB.
Negatief: Subsidiepercentage van 40% en beperkte bevoorschotting, vooral voor kleinere fondsen.
Aanvraagproces: Over het algemeen adequaat beoordeeld.
Tussentijdse resultaten
Aanvragers: 8 individuele O&O-fondsen, 16 samenwerkingsverbanden (waarvan 11 met arbeidsmarktregio als penvoerder).
Projecttypes: 8 sectorale, 8 regionale voor tekortsectoren, 8 brede regionale projecten.
Geen aanvragen vanuit O&O-fondsen in de publieke sector.
Activiteiten: Meeste aanvragen voor scholing en begeleiding; loonkostensubsidies nauwelijks benut.
Aanbevelingen
- Vormgeving regeling
- Behoud kern, maar verbeter bevoorschotting en personele capaciteit.
- Onderzoek cofinanciering met RMT-middelen.
- Meer inspraakmogelijkheden voor aanvragers.
- Voorlichting
- Vroegtijdige aankondiging openstellingen.
- Betere regionale afstemming en dynamische Q&A.
- Beschikbaarheid extra ondersteuning, inclusief locatiebezoeken.
- Aanvraagproces
- Langere indieningstermijn, snellere publicatie van de handleiding.
- Gebruik bestaande samenwerkingsovereenkomsten toestaan.
- Duidelijkere uitleg over mandaat in samenwerkingsverbanden.
- Monitoringfase
- Regelmatige monitoring en proactieve ondersteuning bij verantwoording.
Delen van ervaringen (Sjoerd Zijlstra, Stichting Ontwikkelingsfonds Levensmiddelenindustrie (SOL))
Introductie
Het project, geleid door Sjoerd Zijlstra SOL, richt zich op intake en begeleiding, scholing van basisvaardigheden en scholing van beroepsvaardigheden. Het doel is een grote impuls te geven aan leren en ontwikkelen binnen de levensmiddelenindustrie, met een focus op 80% kwetsbare werknemers. Naast technisch vakmanschap wordt aandacht besteed aan persoonlijke en leiderschapsontwikkeling.
Overzicht deelprojecten
- Intake en begeleiding: Samenwerking met één opleider, 110 deelnemers, gericht op doorverwijzing naar scholing en talentontwikkeling.
- Scholing basisvaardigheden: Nederlandse taalcursussen voor ±200 deelnemers, gecombineerd met BBL-opleidingen voor wie nog niet op basisniveau Nederlands beheerst.
- Scholing beroepsvaardigheden: Grootste onderdeel met ±1300 deelnemers, Mbo-opleidingen via 7 à 8 opleiders (Mbo-scholen en commerciële aanbieders).
Praktijkvoorbeelden
- Poppies Bakeries: Combineert Nederlandse taaltraining met een basisoperatoropleiding. Heeft een interne academie opgezet.
- Opleidingscentrum GO: Biedt praktijkgerichte opleidingen in koeltechniek, inclusief energie-efficiënte technieken zoals ammoniak en CO2-installaties.
Best practices projectuitvoering
- Verkort handboek op basis van de Handleiding Projectadministratie (HPA).
- Kick-off meetings met opleiders en bedrijven over verantwoording.
- Regelmatige voortgangsmeetings.
- Gebruik van een subsidieportaal voor efficiënte en veilige communicatie.
- Mogelijkheid tot inschakelen van extern adviesbureau indien nodig.
Vraag en antwoord sessie
- Vraag over cofinanciering:
Vraag: Kan het verplichte cofinancieringspercentage van 60% worden verlaagd?
Antwoord: Nee, dit percentage ligt vast vanwege EU-regelgeving en het ontbreken van nationale cofinanciering. - Vraag over opleidingsniveau:
Vraag: Verhoging van het opleidingsniveau in de doelgroep bepaling?
Antwoord: Het opleidingsniveau is verhoogd van MBO2 naar MBO4, dit was alleen nog niet duidelijk terug te zien in de presentatie. - Vraag over overlap tussen tijdvakken:
Vraag: Kunnen lopende opleidingen beter in het tweede tijdvak worden opgenomen?
Antwoord: Dit is mogelijk en hangt samen met de snelle opening van het tweede tijdvak - Vraag over cofinanciering in natura:
Vraag: Mag cofinanciering ook in de vorm van gewerkte uren plaatsvinden?
Antwoord: Ja, cofinanciering in natura is toegestaan. Loonkosten die binnen het project worden gemaakt, kunnen worden meegerekend als cofinanciering.
Overige vragen gesteld tijdens de kennisbijeenkomst zullen door UvB worden teruggekoppeld in het officiële verslag (incl. sheets van de presentatie). Zodra dit verslag van UvB is gepubliceerd, zullen wij dit ook met jullie delen.
Vragen?
Wij zijn via diverse kanalen te bereiken. Tijdens kantooruren (08:00 – 17:00) zijn wij bereikbaar via de chat-functie op onze website www.dekenniskamers.nl. U voert een onlinegesprek met één van onze adviseurs. Daarnaast zijn wij bereikbaar via ons e-mailadres Vragen@dekenniskamers.nl of telefonisch via 085 – 06 04 002
Foto: Pexels.com